Politie

In workshops en trainingen die Kitlyn bij de politie heeft gegeven is het vaak een eye opener voor deelnemers dat mensen die wangedrag vertonen, die gek gaan doen, vaak gelaagd in de liminele fase zitten. Ze zijn niet ingebed in hun taal, familie en cultuur, en daardoor extra kwetsbaar. Deze mensen komen in aanraking met de politie. Politiemensen kunnen leren om door het stellen van contextvragen, lastige klanten in te bedden in hun familie, taal, cultuur. Wijkagenten zijn hier al redelijk bekwaam in. Die zetten de relatie centraal, een belangrijk element in beschermjassen. Ze maken snel contact vanuit een gezagsvolle positie.

Binnen het politieapparaat blijkt dat veel agenten zelf geen vader hebben. Die zijn dus ook in zekere mate uitgebed. Zij verlangen naar inbedding in een omgeving met een heldere structuur waar gezag een belangrijk aspect is. Het heeft iets te maken met het verlangen naar een vaderfiguur.

In de organisatie is er een tweedeling tussen dragers van een uniform en de medewerkers in burger. Mensen met uniform hebben meer status dan de burgers. Dit veroorzaakt ongelijkheid en uitsluiting en creëert een onveilige werkomgeving voor hen die geen uniform dragen. Een vraag van Kitlyn is is: Wat maakt dat een opvatting die zoveel verdriet veroorzaakt, niet getransformeerd kan worden? Het is een van de heilig huisjes bij de politie.

Literatuur
Tjin A Djie, K. en I. Zwaan, ‘Beschermjassen, transculturele hulp aan families’, van Gorcum, Assen 2007
Tjin A Djie, K. en I. Zwaan, ‘Managen van diversiteit op de werkvloer’, van Gorcum, Assen 2010
 
 

Sectoren